Burgerschap op school

Burgerschap. Wat is dat eigenlijk? En waar leer je een goed burger te zijn? In de eerste plaats natuurlijk: thuis. Elke ouder heeft een opvoedkundige taak.

Burgerschapsvorming
En in de tweede plaats: op school. Iedereen gaat immers naar school. Dit is een plek waar (jonge) mensen te maken krijgen met andersdenkenden en worden gevormd tot verantwoordelijke, betrokken burgers die zorg hebben voor elkaar en voor wat er in de samenleving speelt. Althans, in een ideale wereld. De school is ontegenzeggelijk een belangrijk element in ‘wat’ jonge mensen gaan worden. En ook speelt school in zekere mate een rol in ‘wie’ ze gaan worden. Dat schept verantwoordelijkheden. Eén van die verantwoordelijkheden is het overdragen van kennis en vaardigheden hoe je als mens in de maatschappij staat en omgaat met anderen.

Vaardigheden, houding en kennis
Zo zouden alle scholieren en studenten onder meer moeten leren discussiëren, geduld hebben, naar andere meningen/verhalen luisteren, reflecteren, zich in een ander kunnen verplaatsen en (met elkaar) nadenken over de impact van woorden, meningen en vooroordelen jegens andersdenkenden. Dat vraagt om vaardigheden en kennis, waar elke docent aandacht aan moet besteden. Elke dag weer. Daarom is het ook een taak van elke docent om deze vaardigheden en kennis te onderwijzen op de momenten dat dat nodig is. Dat kan ook heel goed in een klassikaal gesprek, waar bijvoorbeeld maatschappelijk gevoelige onderwerpen worden besproken. Interactie – via bijvoorbeeld de dialoog – is een belangrijk instrument voor burgerschap.

De rol van de docent bij burgerschapsvorming
In mijn visie op onderwijs ga ik verder in op de pedagogische taak die de school heeft en beschrijf ik de rol en de kracht van de docent in de burgerschapsvorming van scholieren en studenten.