Mijn werkterrein

Onderwijsinstellingen hebben een enorm belangrijke taak: het opleiden en vormen van met name kinderen en jongeren tot kundige, professionele en verantwoordelijke burgers (ofwel: burgerschapsvorming). Eenvoudig is die taak niet.

Stilstand is achteruitgang
Onderwijsinstellingen willen of moeten regelmatig veranderingen realiseren om de kwaliteit van hun onderwijs hoog te houden. Onderwijs moet immers blijven aansluiten op enerzijds haar (toekomstige) studenten en anderzijds op de eisen en ontwikkelingen van buitenaf, zoals: technologie, wetgeving en arbeidsmarkt.

Onderwijs is dynamiek
Kinderen en jongeren volgen onderwijs vanuit allerlei verschillende sociale en culturele achtergronden, overtuigingen, levensgeschiedenis, normen, waarden en verwachtingen. Om hun leerproces optimaal te stimuleren, moeten onderwijsinstellingen op die diversiteit weten in te spelen en aansluiten op de belevingswereld van hun leerlingen en studenten. Dit schept een enorme dynamiek in het onderwijs en vraagt veel van docenten.

Diversiteit
Aandacht voor diversiteit in het onderwijs is van belang om leerlingen en studenten voor te bereiden op het functioneren in complexe, door diversiteit gekenmerkte samenlevingen. De wereld verandert snel en stelt daardoor voortdurend andere eisen aan het onderwijs, zodat de nieuwe generaties hun bijdrage kunnen leveren aan (nieuwe) maatschappelijke vraagstukken.

Vernieuwingen, verbeteringen, veranderingen… noodzakelijk kwaad?
Onderwijs moet proactief inspelen op de diversiteit aan leerstijlen, niveaus en achtergronden van haar leerlingen, maar ook op de actuele maatschappelijke ontwikkelingen en de eisen die de samenleving stelt aan haar onderwijs. Die dynamiek is precies wat de onderwijssector in mijn ogen zo aantrekkelijk en interessant maakt. Ondanks de veelvoorkomende ontevredenheid over de vernieuwingszucht (what’s new?) in onderwijsland, hoor ik dat ook veel docenten zeggen. Ik denk overigens dat die ontevredenheid niet zozeer het veranderen zelf betreft. Het heeft vooral te maken met het feit dat vernieuwingen veelal van hogerhand worden afgedwongen. Het gaat er dan eigenlijk om dat betwijfeld wordt of de vernieuwingen wel ten goede komen aan de onderwijskwaliteit.

Geef een reactie